Datagedreven vergroenen in Dronten: pilot laat zien waar bomen echt passen |
|
|
|
|
 |
| 101 sec |
Gemeente krijgt met data en Digital Twin beter zicht op ruimte, keuzes en risico's
Hoe pak je vergroening in de openbare ruimte gericht en onderbouwd aan? In de gemeente Dronten is dat in de praktijk getest met een datagedreven aanpak. De pilot maakt inzichtelijk hoeveel extra groen nodig is én waar nieuwe bomen kansrijk zijn. Voor gemeenten en aannemers laat het project zien hoe je ambities concreet maakt en tegelijk grip houdt op keuzes en uitvoering.
| Een boombunker in Apeldoorn met sensoren bij de voet, beeld ter illustratie |
Gemeenten werken aan doelen rond klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Bomen spelen daarin een grote rol. Maar de vraag blijft: waar is ruimte en hoe sluit dat aan op beleid en normen? Binnen het programma Datagedreven assetmanagement is dit onderzocht, met Dronten als praktijkvoorbeeld. Volgens Cathy de Jongh (CROW) laat de pilot zien dat 'bij een boom planten meer komt kijken dan je denkt' en dat juist rekenen en analyseren helpt om goede locaties te bepalen.
Eerst inzicht in bestaand groen
De eerste stap was het in kaart brengen van het bestaande groen, gekoppeld aan normen zoals de 3-30-300-regel en de Landelijke Bomennorm van Norminstituut Bomen. Deze data zijn verwerkt in een Digital Twin: een 3D-model van de gemeente waarin ook scenario's zijn door te rekenen. Zo werd duidelijk hoe wijken scoren en waar aanvulling nodig is.
|
|
Er is ook rekening gehouden met de groei van bomen, zowel boven- als ondergronds, over een periode tot 80 jaar
| |
|
Van onderbuik naar onderbouwde keuzes
In de praktijk worden plantlocaties vaak gekozen op ervaring. De pilot laat zien dat een objectieve aanpak helpt om gerichter te werken. Niet het gevoel, maar data bepalen waar vergroening het meeste effect heeft. Tegelijk worden andere assets, zoals kabels en leidingen, direct meegenomen.
Integrale blik op de openbare ruimte
In de Digital Twin zijn bomen, ondergrondse infrastructuur en bebouwing samen bekeken. Projectleider John Joosten (Geonaut): 'Je ziet waar het past, waar het botst en waar je ruimte kunt maken.' Daarbij is ook rekening gehouden met de groei van bomen, zowel boven- als ondergronds, over een periode tot 80 jaar.
|
|
Niet het gevoel, maar data bepalen waar vergroening het meeste effect heeft
| |
|
Ook ruimte maken waar die er niet is
De pilot laat ook zien waar ruimte te creëren is, bijvoorbeeld door overbodige verharding te verwijderen. Ingenieursbureau Sweco bracht dit in beeld. Daarnaast zijn oplossingen verkend zoals wortelgeleiding, die wortels dieper de grond in stuurt en schade voorkomt.
Betere onderbouwing en minder risico
De datagedreven aanpak helpt om keuzes transparant te maken en beter te onderbouwen, ook richting bestuur en bewoners. Tegelijk geeft het inzicht in risico's, zoals bomen die te dicht op kabels staan. Volgens Joosten zorgt deze manier van werken ervoor dat gemeenten 'de regie in eigen hand houden' en beter kunnen sturen op kosten en beheer. De werkwijze uit Dronten is inmiddels vertaald naar een model dat ook door andere gemeenten te gebruiken is, mits zij hun eigen data toevoegen. Daarmee biedt de pilot een praktisch handvat voor datagedreven vergroening in de openbare ruimte.
|
|
Deze manier van werken zorgt ervoor dat gemeenten 'de regie in eigen hand houden' en beter kunnen sturen op kosten en beheer
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|