|
| |||||||||
PEFC-certificering maakt herkomst en beheer aantoonbaar, de markt moet nog volgen Bij het beheer van stedelijk groen komen jaarlijks grote hoeveelheden hout vrij. Dat stadshout varieert sterk in kwaliteit en is daardoor niet vanzelfsprekend geschikt voor hoogwaardige toepassingen. In de praktijk belandt een groot deel in snippers, compost of energieopwekking - niet alleen omdat betere toepassingen ontbreken, maar ook door gebrek aan schaal, kennis en organisatie.
Van een monumentale kastanje op een kerkplein tot essen die massaal sneuvelen door essentaksterfte, iedere gemeente kent het vraagstuk: wat doe je met het hout van een boom die moet worden gekapt? 'Bij mensen is het duidelijk', schetst dagvoorzitter Hein van Iersel van het symposium. 'Die gaan op een rijdende baar naar een plekje zes voet diep achter de kerk. Maar bij bomen begint na de dood het gedoe pas.' Die discussie speelt zich overal af. In het kader van lokale initiatieven worden er borrelplanken, banken of kunstobjecten van het hout gemaakt. Dat levert zichtbaarheid en draagvlak op, maar er is ook sprake van een hoge aaibaarheidsfactor. Toch absorberen deze initiatieven slechts een fractie van de volumes. 'Het gaat om miljoenen bomen buiten het bos; dan weet iedereen dat je het houtprobleem niet oplost met alleen nicheproducten', zegt boomrooier Kees Weijtmans. Volgens hem worden er in Nederland jaarlijks naar schatting drie miljoen bomen buiten het bos gekapt. Weijtmans rekent heel simpel: 180 miljoen stadsbomen, die gemiddeld 50 jaar oud worden. 'Dat zijn minimaal drie miljoen stammen per jaar. Dan hebben we het dus niet over een paar stammen, maar over serieuze volumes. Daar hoort een serieuze keten bij.'
Stadshout is geen bosbouwhoutEen belangrijk verschil met regulier bosbouwhout is de variatie. Stadshout komt uit lanen, parken en woonwijken, vaak solitair gegroeid, met afwijkende vormen, metaalinsluitingen en wisselende kwaliteit. 'Het is geen homogeen product', stelt Coos Albers van de Nederlandse Rondhout Combinatie. 'Dat maakt industriële verwerking ingewikkelder, maar niet onmogelijk.'Volgens Albers ligt de sleutel in sortering, bundeling en realistische toepassingen. 'Niet elke stam wordt een balk of plank. Een deel is geschikt voor OSB-plaatmateriaal, een deel voor energie of bodemtoepassingen. De kunst is om vooraf te weten wat waar naartoe kan.' Daar wringt voor Albers niet alleen vaak de schoen. 'Veel gemeenten hebben weinig zicht op de houtketen na de kap. Het hout verdwijnt bij de aannemer', zegt Jettie Nijenhuis van Spaarnelanden uit Haarlem. 'Daarna is het voor de gemeente lastig te verantwoorden waar het terechtkomt.' Zwolle als praktijkvoorbeeldDe gemeente Zwolle koos bewust voor een andere aanpak. Na grootschalige kap van essen in verband met essentaksterfte stelde het college een duidelijke voorwaarde: het hout moest duurzaam worden afgezet. Dat leidde tot samenwerking met PEFC en uiteindelijk tot de certificering van Bomen buiten het bos.'We liepen tegen een vreemd probleem aan', zegt Erik Bakker, contractbeheerder groen bij de gemeente Zwolle. 'Het hout werd netjes verkocht, maar niet gecertificeerd. En zonder certificaat voldoe je niet aan je eigen duurzaam inkoopbeleid. Het maakt je ook kwetsbaar. Zonder certificering kun je niets afdwingen.' Zwolle werd in 2024 de eerste gemeente ter wereld met een PEFC-certificaat voor bomen buiten het bos. Dat certificaat richt zich niet alleen op de houtafzet, maar vooral op het boombeheer. 'Het gaat erom hoe je met je bomen omgaat', zegt Bakker. 'Herplant, boomkroonvolume, veiligheid, transparantie. De beschikbaarheid van hout is daar een logisch gevolg van, geen doel op zich.' Certificering als middelOok PEFC benadrukt dat punt. 'Certificering is een middel, geen doel', zegt Marten de Groot van PEFC Nederland. 'Het bestond simpelweg nog niet voor bomen buiten het bos, terwijl die wel worden geoogst. We hebben geprobeerd dat gat te vullen.'Volgens De Groot sluit de norm zoveel mogelijk aan bij de bestaande praktijk. 'Het is niet de bedoeling dat gemeenten ineens alles anders moeten doen. Maar je maakt zo wel aantoonbaar wat je al doet en waar je kunt verbeteren.' De audit wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij en toetst onder meer of het bomenbestand op peil blijft. 'Je kunt dus niet meer kappen dan wat je verantwoord beheert', zegt Bakker. 'Dat is een belangrijke stok achter de deur.' Tegelijk klinkt er ook kritiek. Sommige deelnemers vragen zich af of er niet al genoeg meetlatten zijn. 'Gemeenten hebben al biodiversiteitsdoelen, CO₂-ladders enzovoort', zegt Kees Flier van Flier Boomspecialisten uit Wageningen. 'Vaak weet de markt zelf al heel goed waar behoefte aan is.'
Kloof tussen ambitie en uitvoeringDie spanning is ook te zien in andere circulaire sectoren. Goede bedoelingen stranden vaak op de uitvoering. Zonder schaal, zonder markt en zonder investeringsruimte blijven initiatieven hangen in pilots. Dat beeld sluit aan bij bredere analyses van de circulaire economie, waarin structurele opschaling uitblijft zolang de lineaire markt dominant blijft.Ook bij stadshout is dat zichtbaar. 'Je ziet veel enthousiasme', zegt Myron Koster van Stadsgarage Haarlem. 'Maar ook projecten die na een paar jaar stilvallen omdat ze te veel leunen op één persoon of één subsidie.' De gemeente Haarlem en Spaarnelanden kozen daarom voor een centrale houthub, waar stammen met een diameter boven een bepaalde waarde worden verzameld, geregistreerd en aangeboden aan verwerkers. 'Bij tientallen stammen per jaar werkt dat, maar bij duizenden wordt het anders. Dan kom je uit bij industriële ketens.' Opschalen vraagt samenwerkingVrijwel alle sprekers benadrukken het belang van samenwerking. Gemeenten redden het niet alleen, maar aannemers ook niet. 'Het hout komt vrij bij de uitvoerder', zegt Sander de Vries van ROVA. 'Dus moet je daar beginnen met het organiseren, registreren en scheiden van stromen.' ROVA haalde daarom zelf het PEFC Chain-of-Custody-certificaat. 'Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat je anders het verhaal niet rondkrijgt', aldus De Vries. 'Aantoonbaarheid is cruciaal.' Volgens Albers ligt daar ook de meerwaarde voor gemeenten. 'Je kunt laten zien waar het hout terechtkomt. Dat helpt bij de verantwoording, maar ook bij het voeren van beleid.'Lokale initiatieven blijven nodigTegelijk pleit niemand voor het verdwijnen van lokale stadshoutprojecten. Integendeel. 'Die zijn essentieel voor het draagvlak', zegt Nijenhuis. 'Bewoners begrijpen beter waarom bomen worden gekapt als ze zien wat ermee gebeurt.' Maar, zo vult Albers aan: 'We moeten eerlijk zijn over de schaal. De nichemarkt alleen kan het volume niet aan. Daarvoor heb je een robuuste, industriële afzet nodig.' Die twee sporen hoeven elkaar niet te bijten. 'Het is geen of-of', zegt Van Iersel. 'Het is én lokale zichtbaarheid én professionele ketens.'Kennis: zelf doen of uitbesteden?Een terugkerende vraag is hoeveel kennis gemeenten zelf in huis moeten hebben. 'Niet iedere ambtenaar hoeft houtdeskundige te zijn', stelt Tom Mercx van de gemeente Helmond. 'Samenwerken met aannemers en marktpartijen is logisch.'Toch waarschuwt Weijtmans voor te veel afstand. 'Als je als gemeente geen idee hebt van de keten, blijft het een papieren ambitie. Dan weet je niet wat je vraagt - en wat het kost.' Zwolle kiest bewust voor regie. 'Wij investeren zelf in kennis', zegt Bakker. 'Dat maakt gesprekken met de markt ook gelijkwaardiger.' Iedere splinter telt, maar niet elke splinter is gelijkAan het eind van de middag is er consensus over één punt: niet alles hoeft hoogwaardig te zijn, maar alles verdient een bewuste keuze. 'Het gaat erom dat je niet automatisch versnippert', vat Van Iersel samen. 'Maar dat je vooraf nadenkt: wat kan dit hout worden?'Dat vraagt tijd, organisatie en samenwerking. En soms ook acceptatie. 'Niet elk stuk stadshout wordt een meubel', zegt Albers. 'Maar ook plaatmateriaal of vezeltoepassingen dragen bij aan circulariteit.' Of, zoals Bakker het formuleert: 'De Nederlandse economie moet - volgens de ambities van het Rijk - in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we iedere splinter hout nodig hebben. En daarvoor hebben we een keten nodig die werkt.'
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|