Whatsapp Facebook X LinkedIn RSS feed

Handelonderneming in boomverzorgingsproducten ITS bestaat halve eeuw

ARTIKEL
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Karlijn Raats, vrijdag 20 december 2019
210 sec


'ITS heeft een bijdrage geleverd aan de professionalisering van de boomverzorger'

International Tree Service (ITS) uit Baambrugge, onderdeel van Poel, bestaat vijftig jaar. Vakblad Boomzorg duikt samen met Gerard Bodewes terug in de geschiedenis van de handelsonderneming, die in 1969 werd opgericht door de beroemde broers Copijn.

Picus en Calliper
Picus en Calliper

# Karlijn Santi Raats

J’ørn en Lia Copijn

Vervlochten

J'ørn en Allrik Copijn gingen halverwege de vorige eeuw naar Duitsland om het boomverzorgingsvak te leren bij Michael Maurer. Bij terugkomst in 1966 richtten zij Gebroeders Copijn Boomchirurgen op. De 'boomchirurgie' was geboren in Nederland. De broers pionierden met spectaculaire reddingsoperaties van eeuwenoude bomen. Veel bekenden uit de boomverzorgingswereld, zoals Pius Floris, hebben ooit praktijkervaring bij de broers Copijn opgedaan. Allrik richtte in 1969 de handelsonderneming ITS op. Dit was vanaf het begin een afzonderlijke zelfstandige bv. Hoezeer het bedrijf vervlochten is met de beroemde broers, blijkt wel uit het feit dat er nog altijd klanten bellen die vragen of ze goed verbonden zijn en ervan uitgaan dat ze met handelsbedrijf Copijn spreken.


Lac Balsem
Allrik importeerde aanvankelijk het wondafdekmiddel Lac Balsem uit Duitsland. Dat bestond in Nederland nog niet. Ook importeerde hij een Duits algenmiddel om het bodemleven te stimuleren. Later ontwikkelden de broers het eigen wondafdekmiddel Dendrosan en organische meststoffen. Er kwamen in de beginfase van de handelsonderneming ook steeds meer producten bij, voornamelijk meststoffen en beluchtingsproducten. De handel gebeurde aanvankelijk vanuit hun woning in Groenekan bij Utrecht. Toen de handelsonderneming groeide, werd het bedrijf verplaatst naar Utrecht.

Wondafdekmiddelen en andere eigen producten

Het afdekken van boomwonden raakte in diskrediet na de geleidelijke verspreiding door Europa van de Codit-afgrendelingtheorie (1977) van wetenschapper Alex Shigo. Gerard Bodewes, die begin jaren negentig bij ITS kwam werken, verklaart: 'Mensen dachten: O, dus wonden kunnen zichzelf ook afdichten. Door voortschrijdende inzichten weten we dat het afdichten van wonden wel kan helpen, maar dan moet dat binnen zeer korte tijd na de verwonding van de boom gebeuren, voordat de wondrand is uitgedroogd. Ook moet de wondafdekking gebeuren in het juiste seizoen. Maar door verkeerde wondafdekpraktijken en door een eenzijdige interpretatie van de theorie van Shigo is deze kennis vergeten. De markt voor wondafdekmiddel is daardoor ingestort. Nu wordt het heel incidenteel nog toegepast. Op jaarbasis het gaat om 100 tot 200 kg, terwijl er in het verleden duizenden kilo's over de toonbank vlogen.'


Cobra Verbinding
De broers Copijn waren beiden aanhanger van de antroposofie. Ze zochten naar natuurlijke oplossingen en wilden af van kunstmest. Halverwege de jaren tachtig ontwikkelden ze een korrelvormige organische meststof. Daarna volgde een zelf ontworpen beluchtingssysteem voor boomwortels: Belu. Later kwamen daar nog een paar andere beluchtingssystemen bij.

Ups en downs

In 1991 werden Copijn en ITS overgenomen door het toenmalige advies- en ingenieursbureau Heidemij. Tien jaar was ITS onderdeel van de Heidemij-handelspoot. In 1997 werd de naam Heidemij veranderd in Arcadis. Arcadis specialiseerde zich gaandeweg in advieswerk en stootte in 2008 de uitvoerings- en handelspoten Copijn en ITS af. Via twee tussenstappen kwam ITS terecht bij hoofdbedrijf Poel. Het was en bleef echter een zelfstandige bv. Copijn kwam in handen van Hoek Hoveniers; daarna verzelfstandigde het weer. Tegenwoordig is 'Copijn' de merknaam van een bureau in Utrecht dat zich opgesplitst heeft in tuin- en landschapsarchitecten, boomspecialisten en groenbeheer. J'ørn en zijn vrouw zijn nog actief met ontwerp- en adviesbureau Copijn Bruine Beuk.


Verkoopklappers

In het begin gebruikten de broers Copijn staalkabels om takken tegen uitscheuren te behoeden. Maar op een beurs in het Zuid-Duitse Augsburg werden vanaf begin eenentwintigste eeuw lezingen gehouden over dynamische verankering. PBS, een bedrijf dat kunststof kabels had ontwikkeld, presenteerde zich daar en wijdde in 2009 uit over het voortschrijdende inzicht met betrekking tot dynamische verankering: dat staalkabels statisch zijn. Als je daarmee een tak verankert, dan zwiept de top door terwijl hij eigenlijk niet verder kan bewegen, en dus breekt hij uit. Bodewes: 'Ik was op die beurs en nam een pakket mee naar Nederland. Al die kunststof takverankeringen waren in een mum van tijd verkocht. Ik liet een pallet komen en ook die was zo leeg verkocht. Hierdoor kwam kunststof takverankering standaard in het ITS-assortiment. Momenteel is kunststof takverankering, van het merk Cobra, de grootste omzetpost.'


Resi

Onderzoeksapparatuur

Bodewes: 'De meest recente succesproducten zijn verschillende boomonderzoeksapparaten. Die vinden hun oorsprong bij de Duitse onderzoeker Claus Mattheck, die veel biomechanisch onderzoek uitvoerde aan bomen. Hij stond mede aan de wieg van het virtual tree assessment en ontwikkelde midden jaren tachtig samen met het bedrijf IML onderzoeksapparatuur. Ook daar liep ik op een beurs tegenaan. Door de connectie met IML heb ik onder andere de resistograaf en impulshamer naar Nederland laten komen. In het begin bestond er wat weerstand tegen de resistograaf, aangezien je voor de meting een naald in de boom moet aanbrengen. Maar feitelijk betreft het een "kijkoperatie": je beschadigt de boom wel een beetje, maar het is noodzakelijk om gegevens te kunnen achterhalen. Na de resistograaf werd de Picus ontwikkeld, een tomograaf die door middel van geluidsgolven een computerbeeld van eventuele aantastingen weergeeft. Dit apparaat had meer ontwikkelingstijd nodig in de ogen van ITS. Uiteindelijk zijn we in 2015 dealer geworden.'


Bodewes vindt het spijtig dat de schimmel Trichoderma nooit echt is aangeslagen in de markt. 'Het werd toegepast bij iepenziekte. In het voorjaar werden de bomen rondom van boorgaten voorzien in de stam. Met een slangetje werd vanuit een rugspuit de vloeistof met de schimmel door de gaten tegen de sapstroom van de boom aan gedrukt. Als het zonnig weer was, nam de sapstroom de schimmel mee naar boven in de bladeren om de ziekte te bestrijden. Dat is verder nooit echt opgepakt, omdat de toepassing bastbeschadigingen geeft en omdat de iepenziekte muteert in de loop der jaren.'

Nederlandse delegatie op de Augsburg Baumpflegetage in 2009

De toekomst

De veiligheid in stedelijk gebied is nu en in de toekomst het grootste issue, denkt Bodewes. 'Overheden zijn aansprakelijk voor gevolgschade door bomen, zoals letsel door wortelopdruk of uitbrekende takken. Met een steeds vollere openbare ruimte, zowel onder- als bovengronds, zijn boomverzorgers harder nodig dan ooit. Gelukkig is het tegenwoordig gebruikelijk dat de plantgaten en plantsleuven groot genoeg zijn, waardoor het wortelsysteem zich goed kan ontwikkelen en daarmee de vitaliteit. In het verleden waren plantgaten van 1 m3 gebruikelijk. Na enkele tientallen jaren groeiden de wortels dan boven het plantgat uit, met als resultaat opdruk van verharding. Ook ging de vitaliteit sterk achteruit. Ondanks de vele ontwikkelingen blijft het belangrijk dat boomverzorgers optimaal uitgerust zijn met geschikt materieel van goede kwaliteit. Daarom is ITS op weg naar de volgende vijftig jaar.'


Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER