Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

BetereBomen: Vlinderbloemigen hebben meer te bieden dan Robinia

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Linkedin Whatsapp
Jaap Smit, woensdag 2 september 2026
378 sec


Peulen met potentie: Cercis, Styphnolobium, Gleditsia en Maackia

Vier geslachten, één familie: Cercis, Styphnolobium, Gleditsia en Maackia. Ik heb de vier vlinderbloemige Fabaceae-geslachten maar eens samen gepakt. De verwantschap zie je terug in de peulvruchten, samengestelde bladeren en het vermogen om op arme, droge grond nog best aardig te groeien.

Peulen van Cercis siliquastrum
Peulen van Cercis siliquastrum

Wie aan vlinderbloemigen denkt, denkt aan Robinia. Maar de familie is groter en voor de bebouwde omgeving minstens zo waardevol. Cercis, Styphnolobium, Gleditsia en Maackia zijn alle vier prima bestand tegen hitte, droogte en een redelijke groeiplaats - eigenschappen die je in het steeds warmer wordende landklimaat van onze steden goed kunt gebruiken. Op Gleditsia na staan ze veel minder vaak op de aanplantlijst dan pakweg een Prunus.

'Forest Pansy' de bekendste Cercis canadensis

Vroege bloeier op kaal hout: Cercis

Een goede Cercis in bloei is best opvallend. De kleine bloemen verschijnen in april in bundels op de nog kale takken en zelfs op de stam - een fenomeen dat cauliflorie heet. Pas als de bloei voorbij is, ontluiken de hart- of niervormige bladeren. De naam judasboom verwijst naar de legende dat Judas zich aan een verwante soort zou hebben opgehangen; wat mij betreft een té sinistere naam voor zo'n vrolijke lentebloeier. Ik plantte 'm alleen daarom niet op de buik van mijn overleden schoonvader; er staat nu een mooie linde.


Cercis vraagt een zonnige, beschutte en vochtige tot droge standplaats; op voedselrijke grond met voldoende kalk doet de boom het goed. Op natte plaatsen komt veel Verticillium voor: de bodemschimmel die de vaten verstopt en takken laat afsterven. Qua groeiplaats heeft een droge dus de voorkeur. Let op: het wortelgestel is grof, waardoor verplanten op latere leeftijd matig lukt. Plant hem dus meteen op zijn definitieve plek. Een terugkerend probleem zijn de plakoksels die uiteindelijk kunnen uitbreken: snoei ze er tijdig uit.

Het geslacht telt zo'n acht soorten, maar in de praktijk komen we er drie tegen. Cercis siliquastrum, de mediterrane judasboom, is de bekendste en oudste in cultuur, met blauwgroen blad en roze tot purperen bloemen. Boom is een groot woord...
Cercis chinensis is ook geen echte boom - vaak niet meer dan een stevige, meerstammige struik van drie tot vier meter - en bloeit rijk en vroeg met dieproze bloemen. De bekendste cultivar is 'Avondale', met een dichte, compacte groei en een overvloedige bloei die de takken soms helemaal aan het zicht onttrekt. Een echte boom is dit niet; het is meer een struik. Cercis 'Pink Pom Poms' is gevuldbloemig, Cercis canadensis 'Shirobana' bloeit wit.


Verreweg de meest gebruikte boomvormer is Cercis canadensis. Die groeit vanuit een brede struikvorm uit tot een kleine, vaak meerstammige boom van zes tot acht (soms twaalf) meter met een ronde kroon en een grijze, ondiep gegroefde stam. Na de bloei volgen weinig peulen, die tot in de winter aan de boom blijven hangen. Van deze soort is een indrukwekkend aantal cultivars in omloop; er is veel ontwikkeling. Het gaat om verbeteringen, maar ook om soorten met spuuglelijk roze-achtig oranje blad. Persoonlijk, ik weet het, maar ik kan er echt niets mee.

'Forest Pansy' is de bekendste Cercis canadensis: het blad loopt glanzend zwartpurper uit en houdt die kleur het hele seizoen. 'Ace of Spades' is een roodbladige verbetering, maar blijft helaas wat kleiner.

'Royal White' bloeit al op jonge leeftijd met zuiver witte bloemen. En 'The Rising Sun' loopt in het voorjaar oranjegeel uit voordat het blad via geel naar groen verkleurt.

Styphnolobium japonicum te Hilversum

Laatbloeier met een lange adem: Styphnolobium

Van Cercis naar Styphnolobium japonicum, de honingboom, is een sprong van voorjaar naar nazomer. Waar de judasboom in april is uitgebloeid, moet de honingboom nog beginnen: pas in juli en augustus verschijnen de crèmewitte tot roomgele bloempluimen, tot dertig centimeter lang. Voor bijen en andere insecten die in die tijd van het jaar weinig te kiezen hebben, is dat goud waard - vandaar de Nederlandse naam. Styphnolobium japonicum heette lang Sophora japonica, maar onder andere omdat deze niet in symbiose leeft met stikstofbindende bacteriën en Sophora wel, is Styphnolobium bij S. japonicum botanisch correct.


Het duurt vaak tien tot vijftien jaar voordat bij de honingboom de eerste bloemen verschijnen. Eenmaal volwassen ontstaat een brede, ronde kroon die met de jaren waaiervormig open gaat staan, op een bochtige, vaak laag vertakte stam. De opvallend groene twijgen, bezet met lichte lenticellen, geven de boom ook in de winter iets te bekijken. Het geveerde blad, tot 25 centimeter lang met zeven tot zeventien blaadjes, is fris van kleur en kleurt in de herfst zachtgeel. Na de bloei volgen grijze, tussen de zaden ingesnoerde peulen die tot diep in de herfst aan de boom blijven.

Lang zag ik weinig verschil tussen zaailingen en cultivars. Maar 'Fleright' PRINCETON UPRIGHT en 'Regent' zijn wat smaller. De 'Columnaris', die in Trompenburg staat, groeit behoorlijk zuilvormig op.
Treur- en bontbladige vormen laat ik hier net als geeltakkige selecties buiten beschouwing.


Styphnolobium stelt weinig eisen aan de bodem, maar heeft wel een hekel aan natte bodems. Groeit redelijk in verharding, zolang de groeiplaats voldoende zuurstof bevat en niet bestaat uit granulaat. De boom is hittebestendig en is daarmee een uitstekende klimaatboom voor bredere straatprofielen, groenstroken en parken. Het blad zou je kunnen verwarren met dat van Robinia, maar de twijgen van de honingboom zijn groen.

Gleditsia triacanthos 'Moraine' in Amersfoort

Doornig of niet: Gleditsia

Ik begin met de vrij onbekende Gleditsia aquatica, de water- of moeraschristusdoorn. Heeft wat grover blad dan de meest algemene soort en komt in de Verenigde Staten voor in de moerassen. Lijkt me een prima soort voor bepaalde plekken in de openbare ruimte. Maakt korte peulen met slechts één zaad. In Trompenburg staat een exemplaar van 15 meter hoog. Er komen kruisingen met G. triacanthos voor. Wordt beperkt gekweekt.


Hetzelfde geldt voor Gleditsia caspica. Deze soort komt uit de omgeving van de Kaspische Zee. Uit het landklimaat dus, dat ook in onze bebouwde omgeving heerst. Het is de soort met de grootste doornen op stam en takken, en dat maakt 'm bijzonder (mooi). Maakt vrij grote (zij)blaadjes: tot 2,5 centimeter groot en vormt van nature een ronde kroon. Door de vernietiging van de leefgebieden van deze soort door menselijke activiteiten en de gevolgen van klimaatverandering, zou het goed zijn zaden op te kweken en de soort ook hier tegen uitsterven te beschermen. In de meest recente beoordelingen is deze soort opgenomen in de lijst van bedreigde soorten (IUCN-evaluatie, 2022).

'Deze Gleditsia is een modeboom: ik ken gemeenten waarin de boom niet meer mag, totdat er voldoende diversiteit is aangeplant'

De meest toegepaste Gleditsia heet hier de valse christusdoorn. Zoals het hoort met hoofdletter en - gelukkig - een kleine letter voor christus. De wilde soort, van oorsprong afkomstig uit het oosten van Noord-Amerika, is een snelle groeier (in een goed jaar 50 tot 70 centimeter) die uiteindelijk 20 tot 25 meter hoog kan worden, met een losse, open kroon op een grillige harttak. Stam en takken zijn dan gewapend met stevige, soms vertakte doorns - niet bepaald een boom voor een speeltuin of een smal trottoir. Het fijn geveerde blad loopt laat uit, is in de zomer aangenaam licht en doorschijnend en kleurt al vroeg in de herfst goudgeel. De korte bladperiode betekent dat de koelende werking van Gleditsia beperkt is. De afvallende blaadjes drijven winkeliers soms tot wanhoop, omdat veel ervan naar binnen worden gelopen. Oppassen met gebruik in winkelstraten. Deze Gleditsia is een modeboom: ik ken gemeenten waarin de boom niet meer mag, totdat er voldoende diversiteit is aangeplant.

De bloei van alle soorten is rijk maar onopvallend. Omdat de bloei in juni valt, als er weinig bomen meer bloeien, is het een belangrijke drachtplant. Na de bloei ontstaan bij deze soort tot 50 cm lange zwarte peulen die tot diep in de winter blijven hangen. Overigens vormen sommige selecties geen of weinig peulen; dat scheelt opruimen.

In de bebouwde omgeving is de doornloze Gleditsia triacanthos forma inermis (ongewapend) handig. Daaruit is een hele reeks bruikbare cultivars voortgekomen. Voor smallere straatprofielen lijkt de relatief nieuwe selectie 'Draves' STREETKEEPER interessant: hij zou een smal piramidale kroon vormen. Ik ken er nog geen grote voorbeelden van. Wie wel?

De oude cultivar 'Elegantissima' blijft veel compacter. Het is een grote, wolkig groeiende bolvorm zonder vruchten. 'Moraine' is een van de oudste selecties in omloop en herken je aan de vaasvormige, wat onregelmatige vertakking.

Gleditsia triacanthos Rubylace te Amersfoort
'Rubylace' is bijzonder. Deze cv loopt bordeauxrood uit en is daarmee een van de weinige bruinbladige bomen die er zijn - een aardig alternatief voor wie niet steeds naar een roodbladige Prunus wil grijpen. 'Sunburst' heeft geelgroen uitlopend blad dat in de loop van de zomer groen is en in de herfst weer goudgeel kleurt - een boom die je van ver herkent. 'Skyline' groeit rechterop met een stevige stam en een dichtere kroon dan de wilde soort en is daarmee een betrouwbare, wat stevigere laanboom. 'Imperial' blijft compacter, met een ronde, brede kroon en een wat formelere vorm dan de meeste andere selecties. Alle selecties hebben weinig of geen vruchten. Zaailingen van de soort kunnen wel de prachtige doorns op stam en takken krijgen.

Gleditsia is een van de meest bodemvage bomen: leem, klei, kalk en zand zijn allemaal goed, droogte en tijdelijke nattigheid worden goed verdragen en ook wind, luchtvervuiling en strooizout zijn meestal geen probleem. Niet onlogisch als je bedenkt dat de boom voorkomt in de uiterwaarden van de Mississippi en daar in de winter even in het water kan staan. Met een hoge nectar- en pollenwaarde is de boom bovendien een fantastische drachtplant. Kortom: een goede klimaatboom.

Gleditsia is een van de meest bodemvage bomen: leem, klei, kalk en zand zijn allemaal goed

Maackia chinensis in het Vlaamse Het Leen

Zilver in de lente, wit in de zomer: Maackia

Het laatste geslacht in dit rijtje is het minst bekend, en dat is jammer: Maackia, de zilverboom, verdient aanplant. Hij loopt zilverkleurig uit, ontwikkelt fraai blad en bloeit wit in de zomer. De herfstkleur is geel tot oranje en de stam is fraai. Bovendien blijft het formaat beperkt. Wat wil je nog meer?


Maackia amurensis komt van oorsprong uit het Amoergebied van Oost-Azië - China, Korea, Japan en het uiterste oosten van Rusland. Het geveerde blad, met zeven tot elf deelblaadjes en een groot topblad, doet sterk denken aan een grove Robinia.

In juni verschijnen - als maar weinig andere bomen nog iets te bieden hebben voor bijen en andere insecten - korte opstaande pluimen met crèmewitte bloemen. De kleine platte peulen blijven de hele winter aan de boom hangen.

Maackia amurensis blijft met acht tot twaalf meter een kleine boom, met een open, ronde kroon die later wat breder en schermvormig wordt - geschikt voor tuinen, pleinen en kleinere straatprofielen waar de andere drie geslachten al snel te groot worden. Mits er een boompje van gemaakt wordt, want van nature is het een grote struik.

Er zijn wel wat sterk gelijkende soorten van Maackia, maar geen cultivars; het is vooral de soort zelf die gezaaid, gekweekt en aangeplant wordt. Dat maakt hem niet minder interessant: op een beschutte, zonnige standplaats en een goed doorlatende grond groeit de boom probleemloos, en eenmaal gevestigd is hij goed bestand tegen droogte, hitte en strenge vorst. Een liefhebbersboom die wat mij betreft veel meer verdient dan de bijrol die hij nu speelt. Is wat lastig te verplanten. Ik had ook Albizia, Acacia en Laburnum nog kunnen noemen. Maar echte bomen zijn dat (nog) niet.

In het artikel weer enkele soorten die minder goed verkrijgbaar zijn. Maar ze zijn er wel, blijkt als ik even zoek. Vraag er dus gerust naar bij uw kweker; hoe meer vraag, hoe groter het aanbod wordt. Die van de kip en het ei...

LEES OOK

LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
tip de redactie

Dit is een premium artikel

Artikelen op de NWST sites zijn gratis en zullen altijd gratis blijven. Voor de meest recente artikelen heb je een account nodig om verder te lezen.

Klik  hier  om te registeren of in te loggen.


Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
AGENDA
Kennismakingssessie ETT op 9 september
woensdag 9 september 2026
GaLaBau 2026: internationale ontmoetingsplek voor stedelijk groen
dinsdag 15 september 2026
t/m vrijdag 18 september 2026
GTH 2026 zet mobiele energievoorziening centraal
woensdag 16 september 2026
t/m zaterdag 19 september 2026

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER